Contact:

Vanwege de vacante functie van Secretaris, is het postadres van de NFF tijdelijk:

Koolmeesstraat 1,
7731 XK Ommen.

Het email-adres
secretaris@nff-fietscross.nl
blijft gewoon in gebruik.


Wedstrijd-coördinator is:

Rieks Dubbink,
rieksdubbink@hotmail.com

Hij verzorgt informatie over wedstrijden en baankeuringen.

Wedstrijd-reglement

Algemene bepalingen

Artikel 1

De N.F.F. heeft als een van de landelijke overkoepelende organisaties van de fietscrosssport het recht en de plicht om regelend op te treden op het gebied van de fietscrosssport in de meest algemene zin van het woord.

Wedstrijden

Artikel 2

Voor de toepassing van dit reglement wordt onder “wedstrijden” ver-staan, alle evenementen georganiseerd door een fietscrossclub aan-gesloten bij de N.F.F.

Organisatie

Artikel 3

  1. De N.F.F. treedt regelend op bij het samenstellen van de nationale wedstrijd-kalender van de N.F.F., waartoe in elk geval behoren de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de Nederlands Club Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de nationale wedstrijden en Interlandwedstrijden.

    Andere wedstrijden kunnen uitsluitend met toestemming van de Federatieraad op de nationale wedstrijdkalender worden geplaatst.

    Bij de samenstelling van de district-wedstrijdkalenders dienen de weekends van de Nationale kalender van de N.F.F. te worden vrij-gehouden.
  2. Ten behoeve van de verdeling van nationale wedstrijden, worden de verenigingen in groepen ingedeeld. In iedere groep wordt elk jaar een nationale wedstrijd georganiseerd.

    Om een nationale wedstrijd te mogen organiseren moet een club minimaal twee (2) jaar lid zijn van de N.F.F., (dus drie (3) jaar vanaf de aanmelding; het eerste jaar is de club aspirant-lid).

Deelname aan wedstrijden

Artikel 4

  1. De deelname aan wedstrijden vermeld op de nationale wedstrijd-kalender van de N.F.F. staat alleen open voor federatiekaarthouders tenzij de Federatieraad dispensatie verleent.
  2. Om mee te kunnen doen aan het N.K. Outdoor moet men aan een aantal nationale wedstrijden, zonder N.C.K. en N.K.Outdoor, hebben deelgenomen.

    Dit aantal wordt bepaald door het aantal nationale wedstrijden in de periode van Pinksteren tot Pinksteren minus vier (4), met een minimum van vier (4). Dit geldt ook voor de cruisers.
  3. Voor de regeling genoemd bij 2. wordt in geen enkel geval dispensatie verleend.

Deelname en onttrekken aan de wedstrijd

Artikel 4a

  1. Deelnemers aan een wedstrijd zijn degenen die vóór 09:30 van de wedstrijddag zijn aangemeld via voorinschrijving of daginschrijving, en niet meer zijn afgemeld voor dat tijdstip. Vanaf 09:30 zijn deze bepalingen op hen van toepassing.
  2. Deelnemers kunnen de wedstrijd ongestraft verlaten als aan twee van de volgende voorwaarden is voldaan:
    1. als de EHBO het niet verantwoord of ongewenst acht dat zij verder deelnemen
    2. als zij toestemming hebben van de trackmanagers
    3. als zij toestemming hebben van het NFF-juryteam
  3. Deelnemers mogen de wedstrijd ongestraft verlaten na de manches als zij op basis van hun prestaties niet (kunnen) worden doorgeschreven naar een volgende ronde.
  4. Deelnemers die zich aan de wedstrijd onttrekken op een wijze die niet in overeenstemming is met de punten 2 en 3, doen dat op eigen initiatief en voor eigen risico. Deze handelwijze kan door de NFF bestraft worden.
  5. Wanneer onttrekking aan de wedstrijd geconstateerd wordt, zal door de NFF een straf worden opgelegd; de straf zal zijn: diskwalificatie (gevolg o.a. punten Promotieklasse gaan verloren, wedstrijd telt als ‘gemist’). De betreffende deelnemer kan daarná een beroep doen op het hoofdbestuur van de NFF de straf teniet te doen.
  6. De deelnemer kan per definitie niet worden aangesproken op zijn gedrag, hij heeft immers de wedstrijd verlaten. De strafmaatregel zal in de week na de wedstrijd worden meegedeeld aan de vereniging waarbij de deelnemer is aangesloten. Aan de vereniging zal expliciet worden verzocht de straf mee te delen aan de deelnemer.

Bekendheid met de reglementen

Artikel 5

Iedere organisator van en iedere deelnemer of medewerker aan een wedstrijd wordt geacht bekend te zijn met het wedstrijdreglement van de N.F.F. en aanvaardt zonder voorbehoud de daaruit voortvloeiende consequenties. Hij/zij doet uitdrukkelijk afstand van het recht op beroep op iedere andere arbiter, rechter of ander college dan die waarin de reglementen van de N.F.F. voorzien.

Inschrijven

Artikel 6

Na sluiting van de inschrijvingstermijn kunnen op de wedstrijddag zelf nog nieuwe aanmeldingen worden gedaan, waarbij per inschrijving per klasse het inschrijfgeld verhoogd wordt met een boete van 100%. De opgelegde boetes komen ten goede van de Federatiekas.

Afgelasting

Artikel 7

Indien de baan, het weer of andere externe omstandigheden dit noodzakelijk maken, dienen de deelnemende verenigingen te worden gewaarschuwd voordat zij normaliter vertrekken. Eventuele inschrijfgelden dienen te worden gerestitueerd of te worden verrekend met het inschrijfgeld van een nieuw uit te schrijven wedstrijd.

Klasse-indeling

Artikel 8

  1. Bij de indeling in klassen worden onderscheiden:
    1. gewone fietscrossers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van max. 20 inches;
    2. cruisers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van 24 of 26 inches.
  2. De groep bedoeld onder punt 8, letter a wordt als volgt ingedeeld:
    1. er is één klasse Jongens/Meisjes 4 en 5 jaar; deze groep blijft bij verdere (her-)indelingen buiten beschouwing;
    2. verder worden de jongens en meisjes apart ingedeeld in hun eigen leeftijdsklasse 6 jaar, 7 jaar, 8 jaar, 9 jaar, 10 jaar, 11 jaar, 12 jaar, 13 jaar, 14 jaar, 15 jaar, 16 jaar en ouder (meisjes), 16/17 jaar (jongens), en 18 jaar en ouder (jongens);
  3. Bij de indeling van klasses worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
    1. Per wedstrijd worden leeftijdsklasses ingedeeld op basis van de aantallen deelnemers bij voorinschrijving.
    2. Hierbij wordt ernaar gestreefd zoveel mogelijk per klasse een finale te rijden.
    3. Bij wedstrijden waarbij met 6 startposities wordt gestart is de minimale groepsgrootte 7 deelnemers; bij wedstrijden waarbij met 8 startposities wordt gestart is de minimale groepsgrootte 9 deelnemers.
  4. Indien in één van de eigen leeftijdsklassen minder dan 7 (resp. 9) rijders aan de start zouden komen dan worden de betrokken jongens of meisjes ingedeeld in één van de gecombineerde leeftijdsklassen 6/7 jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar, 12/13 jaar, 14/15 jaar of 16 jaar en ouder;
  5. Indien ook bij bovengenoemde gecombineerde leeftijdsklassen minder dan 7 (resp. 9) rijders aan de start zouden verschijnen dan worden de betrokken jongens en meisjes bij elkaar in een groep ingedeeld, doch de meisjes één jaar beneden hun eigen leeftijd;
  6. Indien ook dan geen 7 (resp. 9) rijders aan de start zouden verschijnen dan worden de jongens en meisjes ingedeeld in de gecombineerde leeftijdsklassen 6/7 jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar, 12/13 jaar, 14/15 jaar of 16 jaar en ouder, doch de meisjes één jaar beneden hun eigen leeftijd.
  7. De groep bedoeld onder lid 1, letter b wordt als volgt ingedeeld:
    1. heren 0 t/m 15 jaar, 16 t/m 30 jaar, 31 t/m 40 jaar, 41 jaar t/m 50 jaar en 51 jaar en ouder;
    2. dames 24 jaar en jonger, dames 25 jaar en ouder;
  8. Indien in één van de groepen heren-cruisers minder dan 7 (resp. 9) rijders zijn, dan worden deze één groep hoger ingedeeld behalve bij de groep 41 jaar en ouder die één groep lager wordt ingedeeld.
  9. Indien bij een van de groepen damescruisers minder dan 7 (resp. 9) rijders zijn, worden beide groepen bij elkaar ingedeeld.
  10. Bij de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de Nederlandse Clubkampioenschappen Indoor en Outdoor, alsmede bij meerdaagse wedstrijden of een competitie over meerdere dagen is het geboortejaar (leeftijd op 31 december van het lopende jaar, het jaar waarin de wedstrijd plaats vindt) bepalend voor de klasse-indeling.
  11. In alle overige gevallen is de leeftijd op de dag van de wedstrijd bepalend voor de klasse-indeling.
  12. Het al dan niet samenvoegen van leeftijdsklasses wordt bepaald door de aantallen deelnemers uit de voorinschrijving. Bij het NK Outdoor rijden de damescruisers in de eigen klasse.

Indeling manches en (semi-)finales

Artikel 8a

  1. Manche-indeling.
    Meerdere rijders van één vereniging moeten gelijkmatig verspreid worden over de groepen. Als er van één leeftijdsklasse meerdere groepen zijn, wordt de rit van de grootste groep als eerste verreden (voorbeeld: een groep van negen rijders wordt verdeeld in een groep van vijf en een groep van vier rijders. De groep van vijf rijders als eerste, dan de groep van vier).
  2. (Semi) finale ritten
    Er dienen zoveel mogelijk rijders aan de startplank te verschijnen, met dien verstande dat van elke manche minimaal één rijder afvalt.

(De samenstelling van de finales, halve en kwart-finales is opgenomen in de bijlagen A, B en C.)

Puntentelling

Artikel 9

  1. De winnaar van iedere manche ontvangt 1 punt, de tweede 2 punten, enz.
  2. Degene die na de verreden manches het minste aantal punten heeft behaald is de winnaar uit de manches. Bij het eindigen met een gelijk aantal punten is het resultaat van de laatste manche doorslaggevend voor de bepaling van de einduitslag.
  3. Bij de NK-clubs rijdt iedereen voor een individuele dagprijs en worden de resultaten van maximaal de 8 beste rijders per vereniging geteld voor de clubbeker, waarbij onderstaande punten worden toegekend:


    Per manche:
    1e plaats: 10 punten
    2e plaats: 9 punten
    3e plaats: 8 punten
    enzovoort
    enzovoort

    Per finale cq. 4e manche:
    1e plaats: 10 punten
    2e plaats: 9 punten
    3e plaats: 8 punten
    enzovoort
    enzovoort

  4. De club met de hoogste score van manche- en finalepunten is winnaar.
  5. Bij een gelijke stand is het aantal gewonnen finales bepalend. Is ook dan de stand nog gelijk dan is het aantal mancheoverwinningen bepalend.

Wedstrijdindeling

Artikel 10

De wedstrijden worden verreden met 8 dan wel 6 startplaatsen. Op banen met 8 startplaatsen, waar maar met 6 rijders wordt gestart, vervallen de banen 1 en 8 (dus de twee buitenste banen).

Indien de manches met 6 rijders worden verreden worden ook de finales met 6 rijders verreden.

Voor het laten rijden van een klasse op een wedstrijd is het voorwaarde dat minimaal 3 rijders aan de start verschijnen.

Afhankelijk van het aantal deelnemers wordt een wedstrijd als volgt verreden:

  • drie manches + finales of een vierde manche;
  • vijf manches + finales of een zesde manche.

Een wedstrijd van vijf manches + finales of een zesde manche kan echter alleen verreden worden bij minder dan 150 deelnemers.

Bij finales dienen zoveel mogelijk rijders aan de start te verschijnen, waarbij het aantal rijders dat overgaat naar de finales echter maximaal het aantal rijders min 1 bedraagt dan het aantal rijders in de manche cq. deelfinales.

Prijzenregeling

Artikel 10a

Algemeen

Een deelnemer komt alleen in aanmerking voor een prijs als hij/zij is gestart in de eerste drie (3) manches en de finale heeft gehaald.

Als de wedstrijd over vier (4) manches gaat en de deelnemer/ster kan in de vierde (4) manche niet meer aan de start komen, dan wordt de deelnemer/ster in de vierde (4) manche als laatste geklasseerd, om zo tot een eindstand te komen.

Nederlandse en nationale wedstrijden

Bij een Nederlands Kampioenschap en de nationale wedstrijden krijgen alle finalisten een beker. Indien er in een groep een 4e of 6e manche verreden wordt, bedraagt het aantal bekers het aantal rijders min twee (2), met een minimum van drie (3) bekers.

De kampioenen krijgen bovendien een kampioensshirt of -trui.

Voor de N.C.K. worden voor de eerste tien (10) beste clubs bekers beschikbaar gesteld.

Open wedstrijden

Bij een open wedstrijd dienen minimaal 3 prijzen per leeftijdsklasse beschikbaar te zijn, tenzij een klasse wordt verreden met 3 rijders waarbij met twee bekers volstaan kan worden.

Regiowedstrijden

De prijzenregeling bij regiowedstrijden dient in onderling overleg te worden bepaald.

Promotieklasse

Artikel 10b

In de promotieklasse kunnen diegene rijden die in het jaar van de de eerstvolgende NK 15 jaar of ouder zijn, zowel jongens als meisjes. De promotieklasse wordt verreden tijdens de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor en alle nationale wedstrijden, met uitzondering van het Nederlands Club Kampioenschap.

Aan de promotieklasse kan alleen worden deelgenomen als ook in een andere klasse (leeftijdsklasse of cruisers) wordt deelgenomen.

Als voor de promotieklassedrie (3) wedstrijden zijn gemist, is inschrijving hiervoor niet meer mogelijk.

Er worden geen dagprijzen uitgedeeld.

Om voor de eindklassering in aanmerking te komen moet men aan een aantal wedstrijden hebben deelgenomen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal te verrijden nationale wedstrijden min twee (2).
Iedere deelnemer die hieraan voldoet ontvangt na de afsluitende wedstrijd een beker, terwijl de kampioen tevens een kampioensshirt of -trui ontvangt.

De indeling van de groepen wordt op elke wedstrijd bepaald door middel van loting door de wedstrijdcoördinator, geassisteerd door twee (2) juryleden van de organise-rende vereniging.

Er wordt een A en een B finale verreden. De afvallers in de halve finale gaan over naar de B finale.

Per wedstrijd worden de volgende punten toegekend:

Het meedoen levert 15 punten op.


MANCHES

1e plaats: 10 punten

2e plaats: 09 punten

3e plaats: 08 punten

4e plaats: 07 punten

5e plaats: 06 punten

6e plaats: 05 punten


A-FINALE

1e plaats: 55 punten

2e plaats: 50 punten

3e plaats: 45 punten

4e plaats: 40 punten

5e plaats: 35 punten

6e plaats: 30 punten

B-FINALE

1e plaats: 27 punten

2e plaats: 24 punten

3e plaats: 21 punten

4e plaats: 18 punten

5e plaats: 15 punten

6e plaats: 12 punten

Inschrijfgeld

Artikel 10d

Het inschrijfgeld voor de Nederlandse Kampioenschappen Indoor en Outdoor, de Provinciale Kampioenschappen en de Promotieklasse, wordt jaarlijks in de voorjaars-vergadering van de Federatieraad vastgesteld.

Uitrustingseisen

Artikel 11

  1. De deelnemer dient gekleed te zijn in een shirt of trui met lange mouwen, lange broek, handschoenen met gesloten vingers en een helm met mondbeschermer.
  2. Trui en broek dienen voldoende bescherming te bieden.
  3. Het rijden in een ruimzittende korte broek gemaakt van scheurbestendig materiaal is toegestaan in combinatie met specifieke “cross” knie/scheen-beschermers die zowel onder als boven de knie voorzien zijn van een sluiting.
  4. De helm moet gedragen worden in de originele staat en mag daarnaast niet zijn voorzien van extra versiering en/of artikelen die al dan niet zelf zijn aangebracht.
  5. Het rijden met een pedaalclicksysteem of daarmede gelijk gestelde systemen is uitsluitend toegestaan voor deelnemers van 13 jaar en ouder. Slechts bij wedstrijden waarin 12- en 13-jarigen gezamenlijk een gecombineerde leeftijdsklasse vormen, mogen de 12-jarigen in de betreffende leeftijdsklasse ook van dergelijke pedalen gebruik maken.

Het Fietscross-wedstrijdcircuit

Artikel 12

a. Het circuit

Het wedstrijdcircuit dient uitgezet te worden op een grondsoort die compact van structuur is. Voldoende snelheid moet kunnen worden behaald om de wedstrijd ook voor de jongsten aantrekkelijk te laten zijn.

Het circuit dient op een open ruimte te worden uitgezet. Voor de wedstrijden is een oppervlakte van ca. 50 x 60 meter noodzakelijk. Voor indoorwedstrijden geldt een oppervlakte van ca. 25 x 50 meter. Het circuit dient rondom afgezet te zijn, op een dusdanige manier, dat het publiek zich rond de baan kan bewegen, alles kan overzien en toch niet op het binnenterrein kan en behoeft te komen. Het binnenterrein is verboden voor publiek.

b. De lengte van het circuit

De lengte van de baan dient minimaal ca. 250 meter te zijn. Voor indoorbanen minimaal ca. 150 meter.

c. Startheuvel

De startheuvel dient minimaal 1,50 meter hoog en ca 8.00 meter breed te zijn voor outdoor banen. Voor indoorbanen is de hoogte van de startheuvel vrij, met als minimum eis dat het achterwiel wel ongeveer 30 cm hoger dient te staan dan het voorwiel. De breedte dient minimaal 80 cm (aanbevolen wordt 1 meter) per startplaats te zijn, plus aan beide buitenkanten 20 cm vrije ruimte (bij 6 startplaatsen dus 5,2 meter, bij 8 startplaatsen 6,8 meter)

Het oppervlak op de startheuvel dient geasfalteerd dan wel bestraat te zijn en schuin op te lopen en wel op een dusdanige wijze, dat het achterwiel ongeveer 30 cm. hoger staat dan het voorwiel, als de renner van start gaat.

d. Starthek

Een starthek is verplicht en moet een minimale lengte hebben van ca. 6,5 meter. Als het starthek bestaat uit een geraamte met daarin de startplaatsen, dan moet de ruimte tussen de startplaatsen degelijk gesloten zijn. Voor nationale wedstrijden, zowel in- als outdoor, moet het starthek minimaal 50 cm hoog zijn en haaks op de starthelling staan.

De startposities dienen op de opstelzijde van het hek te worden aangebracht.

De bediening van het starthek moet door 1 man gebeuren. De starter geeft eveneens de commando’s. Indien van een elektronisch-magnetisch starthek gebruik wordt gemaakt, dient tevens mechanische bediening mogelijk te zijn.

Indien de constructie van het starthek niet toelaat dat op een andere soort bediening wordt overgeschakeld, dienen in ieder geval voldoende maatregelen te zijn genomen om functioneren tijdens een gehele wedstrijddag te waarborgen.

e. Parc-Fermé

Achter of naast de startheuvel is men verplicht een parc-fermé (gesloten park) aan te leggen. Dit is een gesloten ruimte, waar renners zich kunnen opstellen voor de wedstrijd.

Minimaal dienen 6 z.g. opstelrijen te worden aangebracht, waarop renners zich naast dan wel achter elkaar opstellen conform de startposities aangegeven op de wedstrijdlijsten. Opstellen op startpositie in de semifinales en de finale geschiedt na loting (de loting wordt geautomatiseerd uitgevoerd middels het NFF-juryprogramma en bekend gemaakt op de lijsten voor de betreffende finale).

f. Het startterrein

Het startterrein dient minimaal 6.00 meter breed te zijn bij zes (6) startposities cq. 8.00 meter breed bij acht (8) startposities en de afstand tot de eerste bocht moet minimaal 45 meter bedragen.

Bij het ingaan van de eerste bocht moet de baan ca 5 meter breed zijn. Deze breedte blijft gehandhaafd tot op het moment waarop de bocht overgaat in het volgende rechte stuk en mag dan geleidelijk worden teruggebracht tot ca. 3 meter.

Uitgaande van het maximale aantal toegestane renners aan de start nl. acht (8), dient de baan over de verdere lengte ca. 3 meter breed te zijn, met uitzondering van de (kom)bochten, die in het centrum ca 5.00 meter breed dienen te zijn .

Loodrechte afsprongen van meer dan 40 cm mogen niet voorkomen in een fietscrosscircuit.

De finishlijn dient gemarkeerd te zijn.

Achter de finishlijn dient een fuik aanwezig te zijn waar de rijders na het finishen tegengehouden kunnen worden. Doorlating geschiedt op aangeven van de (hulp)trackmanager. Binnen de fuik mag het publiek zich niet ophouden.

g. De afzetting van de wedstrijdbaan

De markering van de wedstrijdbaan moet zodanig zijn uitgevoerd dat geen delen van de markering meer dan 20 cm boven het baanoppervlak uitsteken.

Verder moet er voor de rijders de mogelijkheid zijn om, in geval van nood, de baan te kunnen verlaten.

h. De afzetting rondom het wedstrijdcircuit

Obstakels, zoals palen en afzettingen, dienen zo mogelijk minimaal 2.00 meter uit de zijkant van de baan te worden geplaatst. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is, dienen deze obstakels op een deugdelijke manier te zijn afgeschermd.

i. Bijzondere eisen bij organisatie nationale wedstrijden

Er moet voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van de crossbaan aanwezig te zijn alsmede voldoende sanitaire voorzieningen.

Voorschriften van de fiets

Artikel 13

Algemeen

  • versnellingen zijn verboden;
  • alle onderdelen dienen vast gemonteerd te zijn;
  • assen van de wielen mogen niet meer dan 5 mm uitsteken;
  • kettingspanners zijn verboden tenzij de moer en de uitstekende draadeinden deugdelijk zijn afgeschermd;
  • standaard, spatborden, vleugelmoeren, kettingkasten en andere puntige voorwerpen zijn verboden;
  • de crossfiets moet voorzien zijn van deugdelijke trappers.

Het stuur

  • het stuur mag niet hoger zijn dan 30 cm en niet breder dan 75 cm;
  • er mogen geen breuken in het stuur zitten en een gebroken stuur mag niet gelast zijn;
  • om de uiteinden van het stuur dienen handvaten op een dusdanige wijze gemonteerd te zijn, dat de uiteinden van het stuur niet zichtbaar zijn.

Het balhoofd

  • het balhoofd mag geen speling hebben;
  • de balhoofdmoer moet vast zitten;
  • de afstand tussen bout (top) gooseneck en balhoofdmoer mag niet meer bedragen dan 5 cm.

Het frame

  • frames waarin breuken geconstateerd worden, worden niet toegelaten tot de wedstrijd.

De wielen

  • de spaken moeten voldoende gespannen zijn;
  • lichte, net voelbare speling op de lagers is toegestaan;
  • de moeren dienen vast gemonteerd te zijn;
  • de crossbanden dienen uit één stuk vervaardigd en van profiel voorzien te zijn.

De remmen

  • de fiets dient voorzien te zijn van een terugtraprem of een handrem werkend op het achterwiel;
  • de verankering van de terugtraprem dient d.m.v. een klem om het frame gemonteerd te zijn (dus geen aan het frame gelaste bevestigingsbeugel);
  • het uiteinde van de binnenkabel moet worden afgeschermd;
  • het uiteinde van de remhandle moet afgerond of beschermd zijn.

Het zadel

  • het zadel dient vast gemonteerd te zijn en in goede staat te verkeren;
  • indien de zadelpenklem voorzien is van een losse bout en moer, dan mag de bout niet meer dan 5 mm uitsteken.

Het cranckstel

  • moeren moeten vast gemonteerd zijn;
  • er mag lichte, net voelbare speling in de lagers zitten;
  • de tandwielkeuze voor en achter is vrij.

Stuurnummerbord en zijnummerbordjes

  • Het nummerbord dient voorop het stuur te zijn gemonteerd;
  • De aangebrachte nummers dienen duidelijk leesbaar, minimaal 80 mm hoog en 10 mm dik te zijn. Controle op leesbaarheid van de nummers geschiedt door de besturen van de verenigingen. Een moeilijk leesbaar of onleesbaar nummerbord kan uitsluiting tot gevolg hebben (het nummer wordt dan niet genoteerd).
  • Zijnummerbordjes worden aan weerskanten van de bovenste framebuis gemonteerd, direct achter de stuurstang.
  • De cijfers van de zijnummerbordjes moeten zwart zijn op een witte ondergrond en minimaal 60 mm centimeter hoog
  • Reclame en/of afbeeldingen zijn op de zijnummerbordjes niet toegestaan.

Controle

De controle op de fietsen zal regelmatig door de eigen clubs gehouden worden.

Startpositie

Artikel 14

  1. Manches
    1. De startposities voor de manches dienen te worden ingevuld volgens het schema zoals achterin dit reglement vermeld is en worden bekend gemaakt via lijsten die op een duidelijk zichtbare plaats dienen te worden opgehangen, e.e.a. met dien verstande dat de jongste leeftijden zich onderaan bevinden.
    2. Ruilen van de startpositie is op straffe van diskwalificatie uitdrukkelijk verboden.
  2. Vervolgrondes
    1. De startposities voor alle wedstrijdrondes ná de manches, worden verdeeld op basis van prestaties in de voorgaande ronde. Op volgorde van plaatsing (1e, 2e, 3e, enz.) kan iedere rijder zelf zijn startpositie kiezen.
    2. De rijder neemt bij het betreden van het startplatform zijn positie snel in; zijn eerste keuze is definitief en kan niet meer veranderd worden.

Training

Artikel 15

  1. Voor de wedstrijd worden de deelnemers in staat gesteld te trainen met gebruik van het starthek. Ook tijdens de training gelden de bepalingen t.a.v. kleding en fiets volgens de artikels 11 en 13 van dit reglement.
  2. Ten behoeve van een ordelijk verloop van de training, wordt getraind in trainingsblokken. Het hoofdbestuur stelt jaarlijks regels vast met betrekking tot de indeling en het gebruik van de traingsblokken. Overtreding van deze regels kan door de trackmanager(s) worden bestraft met de hem ter beschikking staande maatregelen.

Wedstrijd controlevlaggen

Artikel 16

De betekenis van de kleur van de vlaggen is als volgt:

  • Groen: de baan is vrij, er kan gestart worden (trackmanager, baancom-missaris)
  • Geel: attentie, gevaar op of direct naast de baan (trackmanager en baan-commissaris)
  • Rood: direct stoppen op of naast de baan (trackmanager)
  • Wit/zwart geblokt: protestvlag (te plaatsen direct bij de finish)

Rennerskwartier/parc fermé

Artikel 17

Uitsluitend vanuit het rennerskwartier (dus niet over de centrale omroepinstallatie)worden de rijders opgeroepen voor de start.

Iedere deelnemer wordt drie (3) maal met racenummer, startnummer en naam opgeroepen om zich te melden.

De aanwezige deelnemers worden op de startlijst geregistreerd. De niet aanwezige deelnemers kunnen worden uitgesloten van de betreffende race.

In geval van technisch mankement aan de fiets voor aanvang van de race dient hiervan onmiddelijk melding te worden gemaakt bij de (hulp)trackmanager, zodat deze kan beslissen of de race wordt uitgesteld.

In het rennerskwartier mag niet op de crossfiets worden gereden. Alle aanwijzingen van de NFF-officials dienen onverwijld opgevolgd te worden.

De start

Artikel 18

  1. Handmatig starten

      De startcommando’s, die luid en duidelijk gegeven moeten worden zijn:

    • RIDERS OPGELET: Er wordt twee (2) seconden gewacht tot het geven van het volgende commando.
    • RIDERS READY: Er wordt wederom twee (2) seconden gewacht.
    • RIDERS GO: Indien de “R” van RIDERS wordt uitgesproken kan de startprocedure niet meer beëindigd worden.

    De starter dient de startplank zodanig te bedienen dat de plank valt tijdens het uitspreken van “GO”.

  2. Starten met lichten en/of voicebox

    De startcommando’s, die luid en duidelijk gegeven moeten, worden zijn:

    • RIDERS OPGELET: Er wordt twee seconden gewacht tot het geven van het volgende commando. Als van random start gebruik wordt gemaak, luidt het eerste commando ATTENTION RANDOM START.
    • RIDERS READY: Er wordt wederom twee (2) seconden gewacht.
    • WATCH THE LIGHTS: Indien de “W” van WATCH wordt uitgesproken, dan kan de startprocedure niet meer onderbroken worden. Na het uitspreken van de “W” van WATCH moet het vallen van het starthek binnen twee-en-een-half seconden ingezet zijn.
  3. De startprocedure is geëindigd als het startlicht op groen springt, cq. het starthek begint te vallen (d.i. als de spanning van de magneten verbroken is).
  4. Alleen de starter kan de start afbreken. Hij geeft hiervoor het commando “HERSTEL” waarna de startprocedure weer volledig opnieuw begint.
  5. De starter wacht tot de betrokken rijder gereed is en begint daarna opnieuw met de startprocedure.
  6. De rijder dient tijdens de startprocedure zodanig tegen het starthek te staan, dat hij/zij geen andere rijder hindert.
  7. De leeftijdsgroepen van 4, 5 en 6 jaar mogen door ouders en/of begeleiders tijdens het innemen van de startpositie geholpen worden. Daarna dienen deze zich te verwijderen.
  8. De organiserende club zorgt voor uniforme startblokken die door de rijders desgewenst gebruikt kunnen worden. In geen geval mogen eigen startblokken worden gebruikt.

Wedstrijd

Artikel 19

  1. Elke handeling en/of wijze van rijden, welke gevaar voor anderen kan opleveren of welke van ongunstige invloed kan zijn op het normale wedstrijdverloop is verboden.
  2. Als rijders komen te vallen of door pech moeten stoppen moet men de baan zo snel mogelijk vrij maken zonder de overige rijders te hinderen.
  3. Elke rijder die tijdens de race de baan verlaat, moet op het dichtstbijzijnde punt de baan weer opkomen. Hij mag bij deze manoeuvre geen andere rijder hinderen en/of voorbijgaan. Zelf kan de rijder wel ingehaald worden.
  4. Het afsnijden van de baan met de bedoeling voordeel te behalen ten koste van andere rijders is verboden.
  5. Rijders mogen elkaar tijdens de race op geen enkele manier helpen of een combine aangaan.
  6. Blijft een rijder na een valpartij liggen, dan mag pas nadat een E.H.B.O.-er of arts toestemming gegeven heeft, de betreffende rijder worden verplaatst.
  7. Er wordt alleen dan over gestart wanneer de startprocedure door technische of mechanische storing niet correct verloopt.

Straffen

Artikel 20

De trackmanager kan een straf opleggen als een rijder/ster:

  1. opzettelijk een andere rijder/ster hindert;
  2. het normale verloop van de race hindert;
  3. zich onsportief gedraagt, gaat schelden, handtastelijk wordt of iemand opzettelijk letsel toebrengt, of dit nu vóór, tijdens of na de race gebeurt.

De trackmanager mag na iedere race de volgende straffen opleggen:

  1. officiële waarschuwing;
  2. terugplaatsing;
  3. uitsluiting;
  4. diskwalificatie.

Verklaring:

Ad 1: officiële waarschuwing:

1 x waarschuwen = waarschuwing

2 x waarschuwen = terugplaatsing

3 x waarschuwen = uitsluiting

officiële waarschuwingen gelden per wedstrijdklasse

Ad 2: terugplaatsing: De rijder/ster wordt in deze race naar de laatste plaats verwezen.

Ad 3: uitsluiting: De rijder/ster wordt uit de wedstrijdklasse gehaald alsof hij/zij niet is ingeschreven.

Ad 4: diskwalificatie: De rijder/ster wordt uit de uitslag van alle wedstrijd-klassen gehaald en mag niet meer aan de start verschijnen.

De trackmanager kan tegen een rijder/ster een opmerking maken. Dat is geen straf maar iets waar de rijder/ster op moet letten.

De straffen gelden alleen voor de actuele wedstrijd, waarbij een wedstrijd over meerdere dagen, zoals het N.K. Outdoor, als één (1) wedstrijd telt.

Als de trackmanager een straf oplegt, dan moet hij/zij deze straf direct na de race aan de rijder/ster meedelen. Hij/zij moet de straf letterlijk uitspreken en verduidelijken. De beslissing van trackmanager is definitief, protest tegen de beslissing is niet mogelijk.

Protesten

Artikel 21

Direct na afloop van de race kan d.m.v. het opsteken van een bij de finishlijn aanwezige vlag geprotesteerd worden. Rijders t/m 6 jaar mogen hierbij geholpen worden door een begeleider.

De trackmanager

Artikel 22

De trackmanager is belast met de wedstrijdtechnische supervisie en leiding op een wedstrijddag. De trackmanager dient te handelen namens de N.F.F. met inachtneming van dit reglement. Hij dient altijd te worden bijgestaan door een hulp trackmanager, die als zijn vervanger kan optreden.
De dienstdoende E.H.B.O.-er dan wel medicus doet, voorzover naar zijn mening de deelnemer medisch bezien niet geschikt is aan de training en/of wedstrijd deel te nemen, hiervan mededeling aan de Trackmanager.

De Trackmanager moet controleren of de benodigde uitrustingsstukken op hun plaats staan, zoals omroepinstallatie, wedstrijd controlevlaggen, starthek, baan-afzetting etc.;

Hij moet erop toezien, dat het overige baanpersoneel goed geïnstrueerd is en klaarstaat als de trainingen en wedstrijden beginnen;

Bij geschillen is de uitspraak van de Trackmanager beslissend.

Starter

Artikel 23

De starter bedient het starthek en geeft de daarbij behorende commando’s.

Hij wordt geassisteerd door de hulpstarter, die er tevens controle op uitoefent of de crossers de juiste startplaats op de startheuvel innemen.

De starter dient te wachten op een teken van de Trackmanager: “Baan vrij voor de volgende start” (groene vlag). De starter is bevoegd, alleen wat betreft het starten, de trackmanager een waarschuwing op te laten leggen.

Baancommissarissen

Artikel 24

Bij elke wedstrijd en de voorafgaande training dienen minimaal twee (2) baancommissarissen aanwezig te zijn. Zij assisteren de Trackmanager bij een goed en sportief verloop van de wedstrijd. Hiertoe maken zij aantekening van geconsta-teerde overtredingen. Zij worden, zo nodig, bij een protest door de Trackmanager ge-raadpleegd.

De baancommissarissen hanteren de gele en groene vlag als beschreven in punt 16.

De baancommissarissen bij nationale wedstrijden moeten deelgenomen hebben aan de door de NFF georganiseerde baancommissarissendag.

Jury

Artikel 25

Het juryteam bestaat uit minimaal acht (8) personen. Drie (3) daarvan noteren de volgorde van binnenkomst, welke wordt beslist op de finishlijn.

Zij nemen daar een zodanige plaats voor in, dat een duidelijk zicht op de finishlijn mogelijk is. Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het voorwiel de finishlijn passeert. De rijder/ster moet op dat moment de fiets tussen de benen hebben.

Verder moeten zij verdeeld opgesteld zijn: twee (2) aan de linkerzijde van de finishlijn en één (1) aan de rechterzijde van de finishlijn (of vice-versa). Over de volgorde van binnenkomst mag door deze drie (3) juryleden niet gediscussieerd of overlegd worden.

Alle jurybriefjes moeten naar de controle gebracht worden.

Een vierde lid van de lijnjury noteert zoveel mogelijk maar concentreert zich daarbij met name op de close-finishes (de rijders die vrijwel gelijktijdig de finishlijn passeren).

Zijn notatie is beslissend bij twijfel van de andere drie (3) juryleden. Twee (2) juryleden houden zich bezig met het doorschrijven van de uitslagen die de jury op de finishlijn genoteerd heeft.

Een zevende (7e) en achtste (8e) persoon wordt door de vereniging aangewezen om de briefjes van de jury, die de binnenkomst van de crossers noteert, naar de doorschrijvende juryleden te brengen.

Fotofinish en jury

Artikel 25a

Bij wedstrijden waar met het fotofinishsysteem wordt gewerkt, bestaat het juryteam uit minimaal zes (6) personen.

Eén jurylid is verantwoordelijk voor het maken van de finishfoto’s. Dit jurylid zorgt ervoor dat van elke individuele finish een foto wordt vastgelegd in het fotofinish-systeem.

Twee juryleden zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de finishfoto’s tot uitslagen. Zij leggen de uitslagen vast in digitale bestanden. Twee andere juryleden zijn steeds beschikbaar ter aflossing.

Eén jurylid noteert buiten bij de finishlijn de volgorde van binnenkomst. Dit jurylid neemt daar een zodanige plaats voor in, dat een duidelijk zicht op de finishlijn mogelijk is. Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het voorwiel de finishlijn passeert. De rijder/ster moet op dat moment de fiets tussen de benen hebben. De genoteerde uitslagen zijn alleen bepalend voor de uitslag als met behulp van het fotofinish-systeem geen bepalende uitslag kan worden verkregen.

Een zevende (7e) persoon wordt door de vereniging aangewezen om de briefjes van de lijnjury, die de binnenkomst van de crossers noteert, naar de binnenjury te brengen.

E.H.B.O.

Artikel 26

Tijdens regiowedstrijden dienen er steeds drie E.H.B.O.-mensen aanwezig te zijn. Tijdens nationale wedstrijden moeten dat er minimaal vier (4) zijn.

Om het wedstrijdverloop goed te kunnen volgen, dienen zij op het middenterrein aanwezig te zijn. Alleen een E.H.B.O.-er of arts kan toestemming verlenen tot het verplaatsen van een deelnemer na een valpartij.

Ook bij valpartijen is het voor ouders/begeleiders verboden de baan te betreden.

Alcohol-verbod

Artikel 27

Het is verboden om tijdens een fietscross-wedstrijd alcohol te nuttigen.

Dit verbod geldt voor:

  • alle NFF-officials (zoals jury-team, trackmanagers, aanwezige bestuursleden, rijdersraad)
  • deelnemers aan de wedstrijd
  • medewerkers van de organiserende vereniging (waaronder ook ingehuurde medewerkers worden begrepen, zoals EHBO of geluidsmensen)

Dit verbod geldt vanaf het begin van de wedstrijddag tot aan het moment waarop de prijsuitreiking volledig is afgewerkt.

Het nuttigen van alcohol zal leiden tot directe en onvoorwaardelijke verwijdering van het wedstrijdterrein en (indien het een licentiehouder betreft) schorsing van de licentie voor tenminste 3 maanden.

Reglement

Artikel 28

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de trackmanager; waarbij na afloop van de wedstrijd het N.F.F. bestuur hierover geïnformeerd wordt.

Dit reglement is voor het laatst herzien en vervangen in de Federatieraad-vergadering van 20 november 2009 en per direct van kracht.

Bijlage A

Groepsindeling voor de finale-ritten

Finale

6 startplaatsen

8 startplaatsen

6 t/m 12 rijders

9 t/m 16 rijders

1e groep A

1e groep A

2e groep A

2e groep A

3e groep A

3e groep A

 

4e groep A

1e groep B

1e groep B

2e groep B

2e groep B

3e groep B

3e groep B

 

4e groep B

Bijlage B

Groepsindeling voor de halve finale-ritten

½ Finale A

½ Finale B

½ Finale A

½ Finale B

6 startpltsn

6 startpltsn

6 startpltsn

6 startpltsn

13 t/m 18 rijders

13 t/m 18 rijders

19 t/m 24 rijders

19 t/m 24 rijders

1e uit groep A

2e uit groep A

1e uit groep A

2e uit groep A

3e uit groep A

4e uit groep A

3e uit groep A

1e uit groep B

2e uit groep B

1e uit groep B

2e uit groep B

3e uit groep B

4e uit groep B

3e uit groep B

1e uit groep C

2e uit groep C

1e uit groep C

2e uit groep C

3e uit groep C

1e uit groep D

3e uit groep C

4e uit groep C

2e uit groep D

3e uit groep D

½ Finale A

½ Finale B

½ Finale A

½ Finale B

8 startpltsn

8 startpltsn

8 startpltsn

8 startpltsn

17 t/m 24 rijders

17 t/m 24 rijders

25 t/m 32 rijders

25 t/m 32 rijders

1e uit groep A

2e uit groep A

1e uit groep A

2e uit groep A

3e uit groep A

4e uit groep A

3e uit groep A

4e uit groep A

5e uit groep A

1e uit groep B

2e uit groep B

1e uit groep B

2e uit groep B

3e uit groep B

4e uit groep B

3e uit groep B

4e uit groep B

5e uit groep B

1e uit groep C

2e uit groep C

1e uit groep C

2e uit groep C

3e uit groep C

4e uit groep C

3e uit groep C

4e uit groep C

2e uit groep D

3e uit groep D

5e uit groep C

evt. beste 6e

4e uit groep D

2e uit groep D

Bijlage C

Groepsindeling voor de kwart finale-ritten

¼ Finale A

¼ Finale B

¼ Finale C

¼ Finale D

6 startpltsn

6 startpltsn

6 startpltsn

6 startpltsn

25 t/m 30 rijders

25 t/m 30 rijders

25 t/m 30 rijders

25 t/m 30 rijders

1e uit groep A

2e uit groep A

3e uit groep A

4e uit groep A

4e uit groep B

1e uit groep B

2e uit groep B

3e uit groep B

3e uit groep C

4e uit groep C

1e uit groep C

2e uit groep C

2e uit groep D

3e uit groep D

4e uit groep D

1e uit groep D

1e uit groep E

2e uit groep E

3e uit groep E

4e uit groep E

evt. beste 5e

evt. beste 5e

evt. beste 5e

evt. beste 5e

¼ Finale A

¼ Finale B

¼ Finale C

¼ Finale D

8 startpltsn

8 startpltsn

8 startpltsn

8 startpltsn

33 t/m 40 rijders

33 t/m 40 rijders

33 t/m 40 rijders

33 t/m 40 rijders

1e uit groep A

2e uit groep A

3e uit groep A

4e uit groep A

3e uit groep C

1e uit groep B

6e uit groep A

5e uit groep A

6e uit groep C

6e uit groep B

2e uit groep B

3e uit groep B

2e uit groep D

5e uit groep C

5e uit groep B

4e uit groep B

5e uit groep D

3e uit groep D

1e uit groep C

2e uit groep C

1e uit groep E

4e uit groep D

4e uit groep C

1e uit groep D

4e uit groep E

2e uit groep E

3e uit groep E

6e uit groep D

evt. beste 7e

evt. beste 7e

6e uit groep E

5e uit groep E

31 t/m 36 rijders

37 t/m 42 rijders

2x toepassen indelingsschema

2x toepassen indelingsschema

van 13 t/m 18 rijders.

van 19 t/m 24 rijders.